OK We use cookies to enhance your visit to our site and to bring you advertisements that might interest you. Read our Privacy and Cookies policies to find out more.

News Belgium (Flemish)

News Netherlands
Apr 5, 2017 | News Belgium (Flemish)

Mogelijk link tussen parodontitis en reuma

by Dental Tribune International

BALTIMORE, VS – Onderzoekers van Johns Hopkins hebben nieuw bewijs gevonden voor een mogelijk verband tussen chronische parodontitis en reumatoïde artritis. Ze geloven dat deze nieuwe bevindingen belangrijke implicaties kunnen hebben voor de preventie en behandeling van de aandoening, waar alleen in de VS al anderhalf miljoen mensen last van hebben. De ziekte kan leiden tot invaliditeit en vroegtijdig overlijden, en verlaagt de levenskwaliteit.

Reumatoïde artritis is een auto-immuunziekte, maar wetenschappers hebben al langer het vermoeden dat bacteriële infecties, en dan vooral parodontale infecties, een rol kunnen spelen bij de ontwikkeling ervan. In de huidige studie vonden de onderzoekers dat een infectie met Aggregatibacter actinomycetemcomitans, die gepaard gaat met ernstige parodontitis, door de secretie van leukotoxine A de productie van gecitrullineerde eiwitten aanwakkert. Hierdoor wordt het immuunsysteem geactiveerd en een opeenvolging van gebeurtenissen op gang gebracht die uiteindelijk leidt tot reumatoïde artritis.

Dr. Felipe Andrade, hoofdonderzoeker en senior docent Geneeskunde aan de Johns Hopkins University School of Medicine, legt uit dat citrullinatie ook bij gezonde mensen voorkomt als manier om de functie van eiwitten te reguleren. Bij mensen met reumatoïde artritis wordt dit proces echter overactief, wat resulteert in de abnormale accumulatie van gecitrullineerde eiwitten. Dit drijft de productie van antilichamen tegen deze eiwitten, die inflammatie veroorzaken en het eigen weefsel gaan aanvallen.

Het onderzoeksteam heeft nu een test ontwikkeld met gebruik van de bacterie zelf en de toxine om antilichamen tegen A. actinomycetemcomitans te detecteren. Analyse van 196 monsters van reumapatiënten wees uit dat in ongeveer de helft van de gevallen een infectie met deze bacterie aantoonbaar was. Deze data waren gelijk aan die van patiënten met parodontitis, waarbij ongeveer zestig procent de bacterie in het bloed had. Gezonde controles waren bij elf procent drager van A. actinomycetemcomitans. Blootstelling aan A. actinomycetemcomitans is bovendien in belangrijke mate bepalend voor de productie van antilichamen tegen gecitrullineerde eiwitten bij patiënten met een genetische gevoeligheid voor reumatoïde artritis.

De onderzoekers wijzen erop dat verder onderzoek nodig is om het onderliggende mechanisme dat de twee aandoeningen verbindt volledig te begrijpen. Meer dan vijftig procent van de deelnemers aan de huidige studie testte namelijk negatief op A. actinomycetemcomitans, wat erop kan wijzen dat andere bacteriën in de darmen, longen of elders in het lichaam een vergelijkbaar mechanisme gebruiken om hypercitrullinatie op te wekken. Daarbij werden in het onderzoek de patiënten slechts op één moment bekeken, met al gevestigde reumatoïde artritis. Een longitudinale benadering is daarom nodig om de mogelijke rol van bacteriën in het begin en de ontwikkeling van de ziekte te verifiëren, wat een proces van decennia kan zijn.

Het onderzoek, getiteld ‘Aggregatibacter actinomycetemcomitans-induced hypercitrullination links periodontal infection to autoimmunity in rheumatoid arthritis’, is terug te lezen in de decembereditie van Science Translational Medicine.

Print  |  Send to a friend